Velison Wonen
Bestuursverslag en Jaarrekening 2019

(DAEB-tak en niet-DAEB-tak)

 

ACTIVA

A. VASTE ACTIVA

 

I Vastgoedbeleggingen

 

 

 

 

De marktwaarde van de woningen, de parkeergelegenheden en het ZOG-vastgoed is bepaald volgens de uitgangspunten van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Het BOG- en MOG vastgoed is gewaardeerd op basis van de full-methode door een beëidigde makelaar. Bij de bepaling van de marktwaarde per 31 december 2019 is gebruik gemaakt van de volgende parameters:

  • Macro-economische parameters;
  • Markthuur;
  • Markthuurstijging;
  • Leegwaardestijging;
  • Splitsings- en verkoopkosten;
  • Instandhoudings- en mutatieonderhoud;
  • Beheerkosten;
  • Belastingen en verzekeringen;
  • Verhuurderheffing;
  • Disconteringsvoet;
  • Exit yield;
  • Wijziging waarderingsmodel.

 

Bij de berekening van de parameters zijn de voorgeschreven parameters zoals deze blijken uit het Handboek Modelmatig Waarderen zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 gebruikt. Per type vastgoed zijn de belangrijkste veronderstellingen vermeld:

 

Parameters woongelegenheden

De belangrijkste parameters zijn:

 

 

In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.

Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 3% van de berekende waarde van een verhuureenheid.

 

Parkeergelegenheden

De belangrijkste parameters zijn:

 

 

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed

Dit jaar is 100% van het BOG-MOG vastgoed in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT - www.nrvt.nl). Volgend jaar wordt 1/3 deel van het vastgoed getaxeerd en 2/3 deel wordt dan voorzien van een interne waardering (of taxatie-update) Dit betekent dat elk derde deel van het vastgoed in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd.

 

De belangrijkste parameters zijn:

 

 

De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 7% van de berekende waarde van een verhuureenheid.

 

 

Toelichting schattingswijziging leidend tot waardemutatie:

 

 

De martkwaarde stijgt met 116,38% ten opzichte van 2018. Hieronder een verklaring van de grootste verschillen.

 

Voorraadmutaties

In 2019 zijn 3 woningen aangekocht met een gemiddelde marktwaarde van € 186.209.

 

Methodische wijzigingen

De gemiddelde contracthuur van woningen is gestegen van € 548,12 in 2018 naar € 562,88 in 2019 (+2,69%). 

De gemiddelde maximale huur van woningen is gestegen van € 763,65 in 2018 naar € 791,73 in 2019 (+3,68%).

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen is gestegen van € 154.556 in 2018 naar € 176.835 in 2019 (+14,41%). Hierdoor stijgt de gehanteerde leegwaarde en daarmee de verkoopopbrengsten.

Het aantal woningen in een complex waarop exploitatieverplichting van toepassing is, is gedaald van 2.015 in 2018 naar 1.816 in 2019 (-9,88%).

 

Methodische wijzigingen handboek en software

Voor woningen is het instandhoudingsonderhoud - conform handboek - uitgesplitst naar scenario. Daarnaast geldt in het doorexploiteerscenario dat er géén verouderingskosten meer in de eindwaarde worden ingerekend. Tenslotte is het mutatieonderhoud dat standaard werd ingerekend conform het handboek komen te vervallen.
Het gemiddelde instandhoudingsonderhoud van woningen in het doorexploiteerscenario is gestegen van € 925,43 in 2018 naar € 1.430,15 in 2019 (+54,54%). Het gemiddelde instandhoudingsonderhoud van woningen in het uitpondscenario is gedaald van € 925,43 in 2018 naar € 592,16 in 2019 (-36,01%).

 

Parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek

De gemiddelde markthuur van de woningen is als gevolg van de validatie van het handboek gedaald van € 956,62 naar € 744,44 (-22,18%). 

De gemiddelde disconteringsvoet van de woningen is als gevolg van de validatie van het handboek gedaald van 6,84% naar 6,79% (-0,05%).

 

Parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen

Het gemiddelde instandhoudingsonderhoud van BOG, MOG en ZOG is gestegen van € 725,64 in 2018 naar € 756,42 in 2019 (+4,24%).

De macro-economische parameters (met name prijsinflatie) zijn in 2019 lager ingeschat dan in 2018. Dit leidt per saldo tot een negatief effect op de marktwaarde. 

De gemiddelde markthuur van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen gestegen van € 744,44 naar € 750,35( +0,79%) De historische leegwaardestijging van woningen is gedaald van 20,8% in 2018 naar 18,8% in 2019 (-2,0%). Dit leidt tot een lagere gehanteerde leegwaarde en dus lagere verkoopopbrengsten. 

De beheerkosten zijn, conform handboek, met gemiddeld tien euro per woning gestegen. Dit heeft een negatief effect op de marktwaarde.

Zowel het OZB- als het belastingtarief is in 2019 lager dan in 2018, dit heeft een positief effect op de marktwaarde.

De gemiddelde disconteringsvoet van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen gedaald van 6,79% naar 6,41% (-0,38 procentpunt).

De gemiddelde exit yield van BOG, MOG en ZOG is gedaald van 10,26% in 2018 naar 9,71% in 2019 (-0,55 procentpunt).

 

Beleidswaarde 

De Beleidswaarde ultimo 2019 bedraagt 274 miljoen (2018: 248 miljoen) 

 

 

Op 3 juli zijn door het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Autoriteit woningcorporaties en WSW nieuwe definities gepubliceerd inzake de verwerking van uitgaven voor verbetering en onderhoud. Conform de RTIV 2019 zijn deze definities van toepassing voor de bepaling van de beleidswaarde in de jaarrekening 2019. De beleidswaarde 2019 is € 26,2 miljoen gestegen ten opzichte van 2018. Welk gedeelte van dit bedrag wordt veroorzaakt door de gewijzigde definities is niet te herleiden.

 

Toelichting bij activa in exploitatie: sensitiviteitsanalyse

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

 

 

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

 

 

De beleidswaarde is voor het eerst in het boekjaar 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling was. In boekjaar is het begrip onderhoud/verbetering en beheerlasten nader geduid. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door de Aw en WSW zou kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden.

 

Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Per 31 december 2019 is in totaal € 357,4 miljoen (€ 312,9 daeb en € 44,5 niet-Daeb) aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2018: € 281,1 miljoen (€ 248,9 daeb en € 32,2 niet-Daeb)), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

 

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 195 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Velison Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

 

Verzekering

Het vastgoed is in 2019 bij Raetsheren van Orden verzekerd tegen brand- en stormschade.

De verzekerde som bedraagt € 366.603.011, dit is exclusief de verzekerde som van de woningen die onderdeel uitmaken van een VvE; deze worden verzekerd door de VvE.

Het feitelijk verzekerde bedrag ligt hoger; Raetsheren van Orden vergoedt bij schade de werkelijke herbouwwaarde van het perceel.

 

OZB taxatie

Het vastgoed is in 2019, peildatum 1-1-2018, voor de WOZ getaxeerd op € 663,0 miljoen (2018: € 579,6 miljoen).

 

3. (On-)roerende zaken Verkoop onder Voorwaarden

 

 

4. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

 

 

Het project KPN is een ontwikkellocatie van ca. 48 appartementen in de sociale sector in het centrum van IJmuiden.
Er loopt een discussie met aannemer HBB over de indexering van de bouwkosten. Het geschil betreft een bedrag van circa € 750.000.

Het project Meerweidenlaan betreft 38 woningen waar energetische verbeteringen worden aangebracht.

Het project Stadspark zijn 54 nieuwbouwappratementen in drie woonlagen, waarvan de oplevering in 2020 wordt verwacht. Op dit project is in 2017 € 701.000 en in 2018 nog eens € 1.737.000 als onrendabel geboekt, hiervan is in 2019 € 531.000 teruggenomen.

 

 

II Materiële vaste activa

1. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Het verloop van deze post is als volgt:

 

 

 

Afschrijvingen:

De auto’s worden, rekening houdend met een restwaarde, in vijf jaar lineair afgeschreven.

Het kantoorpand van Velison Wonen wordt in 40 jaar lineair afgeschreven.

De interne verbouwing van het kantoorpand wordt in 20 jaar lineair afgeschreven, de overige inventaris in vijf jaar lineair.

 

 

III Financiële vaste activa

 

 

1. Latente belastingvordering

 

 

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen is als volgt:

 

 

Disagio op leningen: 

In de jaarrekening is voor de leningportefeuille een latente belastingvordering tegen contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening.
De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen. De gehanteerde disconteringsvoet is 2,36% (2018 2,39%).
Voor het bezit waarvan de marktwaarde hoger is dan de fiscale waarde heeft Velison Wonen de mogelijkheid om af te schrijven.
Voor dit afschrijvingspotentieel is een latentie getroffen. De gehanteerde disconteringsvoet is 2,36%.

 

2. Leningen u/g

Het verloop van de leningen aan derden is als volgt weer te geven:

 

 

Dit betreft vorderingen als het gevolg van de verkoop van huurwoningen aan zittende huurders in Velsen-Noord. De regeling is met toestemming van het toenmalige Ministerie van VROM, gedateerd 11 april 2003, uitgevoerd.

De leningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde.

 

 

 

B. VLOTTENDE ACTIVA

 

I Voorraden

 

 

De verkoopportefeuille bestaat ultimo 2019 uit één koopgarant woning met een marktwaarde van € 215.200.

De overige voorraden betreft de magazijnvoorraad van klein materiaal.

 

 

II Vorderingen 

 

 

1. Huurdebiteuren

De specificatie naar aantal huurders met een achterstand in aantal maanden luidt als volgt:

 

 

De bruto huurachterstand bedraagt 1,29% van de te ontvangen jaarhuur en vergoedingen. (2018 1,37%).

 

De voorziening wordt jaarlijks beoordeeld op basis van ouderdom van de vorderingen. Vorderingen op huurders die gebruik maken van de WSNP of minnelijke regeling worden direct ten laste van de voorziening gebracht.

 

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

 

 

2. Overheid (Gemeenten)

De specificatie per ultimo het boekjaar:

 

 

3. Belastingen en premies sociale verzekeringen

 

 

4. Overige vorderingen

 

 

Te ontvangen verzekeringsclaim betreft nog te ontvangen uitkeringen vanwege stormschade.

Nog te ontvangen rente betreft de rente van de roll-over lening.

De vorderingen hebben alle een verwachte looptijd korter dan een jaar.

 

5. Overlopende activa

 

 

 

III Liquide middelen

 

 

 

Velison heeft per 31 december een kredietfaciliteit bij de BNG ten bedrage van € 0,5 miljoen. 

De liquide middelen zijn direct opneembaar.

 

 

 

PASSIVA

C. EIGEN VERMOGEN

 

 

Voorstel tot bestemming van het resultaat is om het gerealiseerde resultaat ad € 8.157.089 ten gunste van de overige reserves te brengen en het niet gerealiseerde resultaat waardeveranderingen vastgoed in exploitatie ad € 76.257.990 ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen. Het voorstel is nog niet verwerkt in de jaarrekening.

 

1. Herwaarderingsreserves

 

 

Het verloop van de herwaarderingsreserves is als volgt:

 

 

Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende
deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie en het bestuursverslag.

 

2. Overige reserves

  

 

3. Resultaat boekjaar

 

 

 

 

D. VOORZIENINGEN

 

 

1. Voorziening onrendabele investeringen

 

 

2. Voorziening Latente belastingverplichtingen

Verloop van de in de balans tot waardering gebrachte voorziening latente belastingverplichtingen en in het boekjaar:

 

 

Velison Wonen sluit aan bij de handreiking latenties van Aedes. Op basis van de handreiking hoeft de latentie niet gevormd te worden en valt de passieve latentie vrij.

 

3. Overige voorzieningen

 

 

Reservering loopbaanontwikkeling

In de CAO Woondiensten is een persoonsgebonden loopbaanbudget per medewerker afgesproken. Elke medewerker heeft recht, afhankelijk van indiensttreding, op een budget ten behoeve van zijn loopbaanontwikkeling. Voor 2020 zijn nog geen concrete budgetaanvragen bekend. Het karakter van de voorziening is overwegend langlopend.

 

 

 

E. LANGLOPENDE SCHULDEN

 

 

1. en 2. Schulden/Leningen overheid en kredietinstellingen

Het verloop van de leningen is als volgt:

 

 

Voor de leningen van 2019 gelden rentevoeten die variëren van -0,269 tot +5,62%. 

De gemiddelde rentevoet over 2019 bedraagt 3,02%. De gemiddelde looptijd van de leningen is 15,8 jaar.

Van de schuldrest heeft € 86,2 miljoen een looptijd van langer dan 5 jaar.

De binnen een jaar vervallende aflossingsverplichtingen van alle leningen bedragen € 5.323.921 en zijn op de balans opgenomen onder de kortlopende schulden. De martkwaarde van de leningen bedraagt € 138.423.000 (2018: € 132.913.000). Voor de berekening van deze reële waarde wordt gebruik gemaakt van rentequotes die beschikbaar worden gesteld door Wals/Qonsio.

 

Rente- en kasstroomrisico

Hierna is de leningportefeuille uitgesplitst naar rentepercentage en naar resterende looptijd.

 

 

3. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

 

 

De bij de levering van de woning ontvangen liquide middelen vertegenwoordigen een terugkoopverplichting die wordt opgenomen (als langlopende schuld) onder Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken onder voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op basis van terugkoopprijs per balansdatum.

 

4. Overige schulden

 

 

De waarborgsommen zijn geheven uit hoofde van de huurovereenkomst. Over de betaalde waarborgsommen wordt bij teruggave geen rente vergoed.

 

 

 

F. KORTLOPENDE SCHULDEN

 

Alle kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd korter dan een jaar. Kortlopende schulden worden na de eerste verwerking tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd.

 

1. Schulden aan overheid (Gemeenten)

 

 

2. Schulden aan kredietinstellingen

 

 

 

3. Schulden aan leveranciers

 

 

 

4. Belastingen en premies sociale verzekeringen

 

 

5. Schulden ter zake van pensioenen

 

 

6. Overige schulden

 

 

7. Overlopende passiva

 

 

Niet uit de balans blijkende informatie

Deelneming in de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) Obligoverplichting

Ingevolge het reglement van het WSW neemt iedere deelnemer deel in het risico waartoe de stichting WSW zich voor de deelnemers borg heeft gesteld. De bijdrage is maximaal 3,85% van het schuldrestant van de door de deelnemer aangegane leningen waarvoor het WSW zich borg heeft gesteld. De stichting WSW zal overgaan tot invordering van deze bijdrage als het vermogen van het WSW onder de minimumgrens van 0,25% van de gegarandeerde uitstaande schuldrestanten komt.

Per 31 december 2019 heeft de corporatie een obligo uitstaan ten bedrage van € 4.019.130 uit hoofde van de door het WSW verstrekte borgstellingen.

 

Deelnemingen overig

Sinds 2019 maakt Velison Wonen deel uit van het gezamenlijke woonruimteverdeelsysteem van de MRA. Velison Wonen heeft 100 aandelen in 2019 aangekocht in woningnet en neemt deel aan de stichting Woonservice Kennemerland. Voor beide deelnemingen is toestemming verleend door de Autoriteit Woningcorporaties.

 

Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw en renovatie van woningen tot een bedrag van € 6.428.504. Deze verplichtingen komen naar verwachting binnen 1 jaar na balansdatum tot afwikkeling.

 

Volmacht WSW

Velison Wonen heeft een onvoorwaardelijke en onherroepelijke volmacht verstrekt aan het WSW (als bedoeld in het Reglement van deelneming stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw, artikel 30), zodat het WSW in staat wordt gesteld om, wanneer daartoe aanleiding is, over te gaan op hypotheekvestiging op het bezit dat de woningcorporatie in onderpand heeft gegeven. Velison Wonen heeft haar volledige bezit in onderpand gegeven.

 

Vennootschapsbelasting

We hebben een lopende discussie met de belastingdienst over de fiscale afschrijvingen en restwaarde. Er is voor een bedrag van € 3.469.500 bezwaar aangetekend over de jaren 2014-2016. (Verzoek tot teruggave van € 867.375 aan vennootschapsbelasting). In de balans is hiervoor voorzichtigheidshalve een bedrag van € 750.000 gereserveerd als teruggave. De aanslagen t/m 2015 zijn definitief. De aangiftes 2016 en 2017 zijn ingediend maar nog niet definitief vastgesteld. Bij de indiening van de aanslagen zijn we vanwege het voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van de door de belastingdienst voorgestelde restwaarde van 70%. Hetzelfde zal gelden voor de nog in te dienen aangifte 2018. Voor de ingediende aanslagen zal voor het onderdeel fiscale afschrijvingen en restwaarde bezwaar worden aangetekend. Het ligt niet in de verwachting dat het gereserveerde bedrag van € 750.000 niet zal worden gerealiseerd.

 

Wet ketenaansprakelijkheid

Stichting Velison Wonen kan aansprakelijk worden gesteld in het kader van Wet ketenaansprakelijkheid. Ter beperking van dit risico zijn maatregelen getroffen.

 

Leningen

In december 2019 is er een lening aangetrokken van € 4,5 miljoen met een rentepercentage van -0,165% en een looptijd van drie jaar. De stortingsdatum is 16 januari 2020.

 

Gebeurtenissen na balansdatum

In 2020 heeft het coronavirus niet alleen grote gevolgen gekregen voor de volksgezondheid en het maatschappelijk leven, maar ook voor de economie in Nederland en mondiaal. Naar onze inschatting zijn de economische gevolgen voor Velison Wonen, voor zover zich het nu laat aanzien beperkt van omvang. Van discontinuïteit is geen sprake.

 

 

 

Toelichting op de winst- en verliesrekening
(DAEB-tak en niet-DAEB-tak)

 

BEDRIJFSOPBRENGSTEN

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

 

 

1. Huuropbrengsten

 

 

De huuropbrengst is met € 676.979 toegenomen als gevolg aangekochte verhuureenheden, de jaarlijkse huurverhogingen, geriefsverbeteringen en huurharmonisatie bij mutatie.

Per 1 juli 2019 zijn de huren (inclusief inkomensafhankelijke huurverhoging) gemiddeld verhoogd met 1,73%.

 

2. Opbrengsten servicecontracten

 

 

3. Lasten servicecontracten

 

 

De bedragen die in rekening worden gebracht voor leveringen en diensten zijn gebaseerd op de geraamde c.q. werkelijke kosten. Ze worden jaarlijks indien noodzakelijk aangepast. Jaarlijks vindt de afrekening plaats met de huurders met de betrekking tot de verrekenbare servicekosten over het voorgaande jaar.

 

4. Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

 

 

De overige bedrijfslasten zijn verlaagd met de toegerekende organisatiekosten aan onderhoud, leefbaarheid en verkopen die volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld.

 

Salariskosten 

 

 

Het gemiddeld aantal werknemers omgerekend in fte’s in 2019 bedraagt 33,62 (2018: 34,41).

 

 

Overige bedrijfslasten

 

 

Afschrijvingen activa ten dienste van exploitatie

 

 

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (verder: WNT) in werking getreden. Onderstaande verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Velison Wonen van toepassing zijnde regelgeving voor het WNT-maximum voor de woningcorporaties klasse E.

 

Gegevens 2019

 

 

Gegevens 2018

 

 

Gegevens 2019

 

 

 

Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2019 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2019 geen ontslaguitkeringen aan overige functionarissen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

De vergoeding commissarissen omvatten periodiek betaalde beloningen en overige kosten.

 

Toezichthoudende topfunctionarissen

 

 

De totale kosten van de Raad van Commissarissen bedroeg in 2019 € 76.623 in totaal (2018: € 77.405).

 

5. Lasten onderhoudsactiviteiten

 

 

6. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

 

 

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

 

 

7. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

 

 

8. Toegerekende organisatiekosten

 

 

9. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

 

 

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

 

 

Netto resultaat overige activiteiten

 

 

13. Opbrengsten overige activiteiten

 

 

14. Kosten overige activiteiten

 

 

15. Overige organisatiekosten

 

 

Kosten jaarverslag

 

 

Bovenstaande kosten voor controle van de jaarrekening zijn gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2019 ongeacht of de werkzaamheden gedurende 2019 zijn verricht. Onder de post fiscale werkzaamheden worden de kosten verantwoord die o.a. betrekking hebben op de vennootschapsbelasting. 

 

16. Leefbaarheid

 

 

Saldo financiële baten en lasten

 

 

17. Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

 

 

18. Rentelasten en soortgelijke kosten

 

 

19. Belastingen

 

 

Het effectieve belastingtarief is 0,5% (2018: -4,9%). Het verschil tussen het toepasselijk belastingtarief en de effectieve
belastingdruk wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de waardeveranderingen van het vastgoed.

 

Belastingen resultaat uit latenties

 

 

RESULTAAT NA BELASTINGEN

 

 

Toelichting vennootschapsbelasting

De belastinglast 2019 is als volgt bepaald:

 

 

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening.

Daarbij is rekening gehouden met vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten.

 

 

 

Enkelvoudige balans DAEB-tak

 

 

 

 

 

Enkelvoudige winst- en verliesrekening DAEB-tak

 

 

 

 

Enkelvoudig kasstroomoverzicht DAEB-tak

 

 

 

 

 

Enkelvoudige balans niet-DAEB-tak

 

 

 

 

 

 

Enkelvoudige winst- en verliesrekening niet-DAEB-tak

 

 

 

 

Enkelvoudig kasstroomoverzicht niet-DAEB-tak